woensdag 7 februari 2018

GRANT: Van Gogh Museum Onderzoeksbeurs

Het Van Gogh Museum kent met de Van Gogh Museum Onderzoeksbeurs € 5.000 toe om een recent afgestudeerde kunsthistoricus onderzoek te laten verrichten naar een onderwerp gerelateerd aan het collectiegebied van het museum, ten behoeve van een publicatie. Voorwaarden zijn dat je in de afgelopen drie jaar bent afgestudeerd op het gebied van 19de-eeuwse, West-Europese kunstgeschiedenis (1830-1914), en dat je met de beurs je scriptie of ander lopend onderzoek omvormt tot een publicatie, bijv. een artikel of essay.

Solliciteren
Schrijf een onderzoeksvoorstel van max. 1.500 woorden. Stuur dat samen met een curriculum vitae inclusief publicatielijst, een exemplaar van je afstudeerscriptie en een referentiebrief naar blok@vangoghmuseum.nl.

De deadline voor aanmelding is 1 april 2018. Een selectiecommissie beoordeelt het voorstel op geschiktheid. De onderzoeksbeurs gaat in op 1 juni 2018. Vóór 1 oktober 2018 laat je het resultaat aan het Van Gogh Museum weten.

Contact
Bekijk de call hier op de museumwebsite. Neem voor meer informatie contact op met Martine Blok (managementassistent Sector Museale Zaken): blok@vangoghmuseum.nl

dinsdag 2 januari 2018

CONF: Du sublime au ridicule il n'y a qu'un pas: Wiertz Revisited

On behalf of Stijn Bussels (Leiden), Bram Van Oostveldt (Amsterdam), Caroline van Eck (Cambridge), Dominique Marechal (KMSK/Wiertz Museum Brussels) and Peter Carpreau (M Museum Leuven) you are cordially invited to the closing event of the
ERC project Elevated Minds: The Sublime and the Public Arts



Du sublime au ridicule il n'y a qu'un pas
Wiertz Revisited



Lectures by
Stephen Bann
Pascal Griener

Wiertz Museum, Brussels
Sunday 7 January 2018
13.00 - 17.00

In art history Antoine Wiertz (1806-1865) is often considered as a curiosum, as the prototype of the artist as ‘failure’. Contemporaries described his colossal and melodramatic works as an odd and monstrous potpourri lacking focus and escaping all aesthetic categories.

The disparage for his work already begun in 1839 when Wiertz exhibited his gigantic painting Greeks and Trojans fighting over the body of Patroclus at the Paris Salon. Paris critics used his work as an example to show how the sublime was just one step away from the ridicule. Also, Baudelaire described Wiertz as an idiot whose paintings were as large as his stupidity. Until deep in the twentieth century, this criticism would set the tone for the Wiertz study and reception.

The recent, renewed art historical interest for Wiertz shows a new perspective. Especially the inseparable relationship between Wiertz’ art and the Wiertz Museum is central here. In 1851, Wiertz received a state subsidized atelier that he immediately used as his personal museum that was entirely dedicated to his own oeuvre. This museum does not only fit within the cultural policy of the still young Belgian state, but also within the broader perspective of the museum as public institution. Since the creation of museums in the late eighteenth century, they function as instruments of canonization of art, often with a nationalistic perspective. Wiertz is the perfect, but quirky example of this. As the self-proclaimed successor of Rubens and with a museum entirely devoted to his own work, Wiertz canonizes his work and declares it independent from any art criticism. Wiertz, as Bart Verschaffel wrote, uses his museum in a clever way to perform his identity as an artist and to write himself into art history.

Two renowned art historians and specialists in the field of the history of the museum will discuss Antoine Wiertz from this perspective. Pascal Griener will position Wiertz, his oeuvre and his museum within the broader European context of the rise of the artist museum. Stephen Bann will focus on how Wiertz’ unique ideal of artistry is already taking shape during his Roman years. The afternoon ends with a debate about the ‘future’ of the museum as an institution and as an idea.

woensdag 20 december 2017

JOB: Conservator Hortamuseum

In het Brusselse Hortamuseum is er een vacature voor de positie van conservator.

De oproep is hier terug te vinden (in het Frans, hoewel men tweetalige kandidaten zoekt die eveneens over een uitstekende kennis van het Engels beschikken). Men kan appliceren tot 18 februari 2018.

EXH: Baudelaire >< Brussel

'Baudelaire >< Brussel'
Museum van de Stad Brussel (Brussel, België)
7 september 2017 - 11 maart 2018


Op het einde van zijn leven bracht Charles Baudelaire (1821-1867) twee jaar door in Brussel, van 1864 tot 1866. Een periode van bitterheid, ziekte en berooidheid die de auteur van Les Fleurs du Mal ertoe bracht een (tijdens zijn leven ongepubliceerd gebleven) virulent en brutaal pamflet te schrijven tegen België en vooral tegen Brussel, met als titel Pauvre Belgique!

Tussen twee vogelnamen of beledigingen door, nodigt de tentoonstelling de bezoeker uit om met Baudelaire als gids de Belgische hoofdstad van de jaren 1860 te komen ontdekken. Het Brussel van de slotjaren van het koningschap van Leopold I, van de Zenne, van de zwarte zeep en de eerste foto's. De sombere visie van de auteur wordt gemilderd door special guests: vrienden of kennissen van Baudelaire die het portret van deze stad aanvullen, zoals Nadar, Victor Hugo, de gebroeders Stevens, Camille Lemonnier, Georges Barral.

De tentoongestelde werken komen vooral uit de collecties van de stad Brussel, zowel van musea als van archieven. Een onuitgegeven onderdompeling in miskende werken van de 19de eeuw. Een primeur daarbij is het grote drieluik waarvan het middenpaneel de 'wegeniswerken' van de overwelving van de Zenne (1868-1871) voorstelt. Dankzij de samenwerking tussen het Museum van de Stad Brussel en het Félicien Ropsmuseum in Namen, kon de schilder geïdentificeerd worden als Louis Ghémar (1819-1873). Van hem zijn ook de prachtige, wat mysterieuze foto's van de Zenne die op de tentoonstelling te bewonderen zijn. Een toevalstreffer voor het Ropsmuseum, dat in het najaar van 2018 een tentoonstelling organiseert rond Ghémar en de "zwans".

EXH: De droom van anderen: Léon Spilliaert, illustrator van Verhaeren, Maeterlinck, Hellens...

'De droom van anderen. Léon Spilliaert, illustrator van Verhaeren, Maeterlinck, Hellens…'
Het Spilliaert Huis (Oostende, België)
19 november 2017 - 2 april 2018


De vierde thematentoonstelling georganiseerd door Het Spilliaert Huis belicht Léon Spilliaert (1881-1946) als illustrator. Bij de meeste kunstliefhebbers zijn ze vrijwel onbekend: zijn illustraties in uitgaven van het werk van Belgische schrijvers als Emile Verhaeren, Maurice Maeterlinck, Franz Hellens, Paul Neuhuys en vele anderen. Spilliaert illustreerde hun dichtbundels en theaterstukken, en zelfs een kinderboek, met tekeningen in Oost-Indische inkt en aquarelverf, of liet zijn inspiratie de vrije loop bij het visualiseren van de droomwereld van de auteurs. Dit rijke deelgebied van zijn kunst wordt door curator Anne Adriaens-Pannier voor het publiek ontsloten. Zij bracht een ruime selectie werken samen die zelden aan het publiek zijn getoond. Naast de gedrukte uitgaven zijn er ook autonome tekeningen en aquarellen te zien die rechtstreeks verband houden met de literaire invloedssfeer.

Met de tentoonstelling gaat een catalogus gepaard, gerealiseerd door Uitgeverij Van de Wiele in samenwerking met Het Spilliaert Huis.